Ze zegt altijd ‘ja’
Eigenlijk zegt ze altijd ‘ja’, elk verzoek, elke vraag van haar kinderen, van haar bejaarde moeder, van haar vriendinnen. En ondertussen loopt ze over, komt ze niet meer aan zichzelf toe en vraagt ze zich af waarom ze niet blijer is.
Eigenlijk zegt ze ‘nee’…
Samen komen we tot de conclusie dat haar ‘ja’ nooit een echte ja is, dat het een ‘ja, maar…’ is. En dat er achter de ‘maar’ altijd zinnetjes komen als: ‘ik heb geen tijd’, ‘ik heb geen zin’, ‘ik wil niet’. En dat ze zo steeds weer bezig is om te doen wat de ander vraagt, grenzeloos is naar de ander.
Fysieke herkenning van ‘nee’
Om haar nog beter te laten voelen wat haar neiging is, oefenen we in de ruimte. Het fysiek voelen van wat er gebeurt als ze de ander altijd op 1 zet, helpt in het ‘echte’ leven om eerder te herkennen waar dat gebeurt. In de oefening neem ik alle ruimte, ook haar ruimte. Geschokt glimlacht ze en beweegt mee, doet wat ik haar zonder woorden opleg, zonder dat ze tegengas geeft. Dan stoppen we en nodig ik haar uit om te voelen wat er in haar lijf gebeurt. De glimlach verdwijnt en de tranen komen. Ze voelt dat het vanbinnen heel anders blijkt dan de schone schijn van de glimlachende buitenkant. WTF, wie denk ik wel dat ik ben! Yes! Die boosheid is nodig, want boosheid is kracht, is innerlijk weten, dit wil ik niet, hier ben ik klaar mee.
Voelen en uitspreken
We doen de oefening nog een paar keer in andere vormen. Steeds beter voelt ze en spreekt ze uit wat ze wil, wat ze niet wil. Ze loopt blij de deur uit, voelt dat hier een sleutel voor verandering is. Zelf de regie te nemen, door steeds weer te checken wat wil ik, wat wil ik niet, hoe voel ik me, wat is er aan de orde, etc. En daarvoor in te zetten.
Deze tekst is eerder verschenen op LinkedIn.
