Gelijkwaardig of toch niet?
Ze is in de weerstand. We hebben het samen gehad over hoe ze zich verhoudt tot de ander. Gelijkwaardig, antwoordt ze ferm. Als moeder van drie kinderen en een bedrijf aan huis heeft ze geleerd om veel ballen in de lucht te houden. Ze doet het goed, charmant, met veel plezier. Maar volgens mij mist ze iets… Ze is vrijwel áltijd ‘in control’, heeft altijd de teugels in handen. Nuttig en (deels) nodig, maar klopt het ook?
Iemand moet het doen
Ze snapt niet waar ik het over heb. Ja, natuurlijk zorgt ze thuis dat alles op rolletjes loopt, maar iemand moet ’t doen! Als zij het niet deed, nou, dan zou het allemaal hartstikke fout lopen.
Het kan fout gaan…
En daar komt haar grote angst om de hoek kijken. Dat het fout gaat, dat zij iets niet goed doet, dat er dingen gebeuren die zij had kunnen voorkomen. Zo’n beangstigend visioen, ze doet er dus alles aan om dat te voorkomen. En leeft daarmee dus vanuit angst. Of, zoals ik het graag verbeeld, in haar leven zit de angst aan het stuur en niet zijzelf.
Faalangst
Het benoemen van de angst om te falen raakt haar. Ze wordt stil en zachter. Ze vertelt over haar jeugd, nooit gezien te zijn door haar vader, zich altijd minder te zijn blijven voelen. Haar man en het bedrijf niet waard te zijn. Dus altijd haar best doen om te bewijzen dat ze wél goed genoeg is. En daarmee dus in stand houden dat ze dat níet is, want wat valt er anders te bewijzen?
Humor helpt
Met behulp van extra reflectievragen en een oefening stapt ze deur weer uit, nieuwsgierig naar haar eigen leren en groeien. Bij de uitgang herinnert ze mij aan het uitzetten van het parkeren, we lachen er samen om, want dit is precies wat ze zich nou juist had voorgenomen om minder te gaan doen!
Deze tekst is eerder verschenen op LinkedIn.
